Gedraagt je kind zich moeilijk of ongewenst? En doet hij dat vaak? Dan heet het ook wel: hij ‘vertoont probleemgedrag’. Meestal is de mening van leerkrachten, andere kinderen of andere volwassenen de basis voor de vaststelling dat je kind probleemgedrag vertoont.
Dit is het gedrag van je kind waar je je zorgen over moet maken:
Agressief gedrag Mokken (boos zijn in stilte) Heftige angstige reacties Te stil zijn Heftige jaloerse reacties Erge driftbuien Schoolziekte en spijbelen |
Anti-sociaal gedrag Koppigheid Faalangst Nerveuze tics Pesten Slaapproblemen Overbeweeglijkheid |
Veel kinderen vertonen wel eens ongewenst gedrag. Maar bij 10% van de kinderen is het ongewenste gedrag een probleem.
Wat kun je doen?
Er bestaan geen vaste adviezen over hoe je moet omgaat met het probleemgedrag van je kind. Per kind moet je kijken naar mogelijke redenen voor het gedrag. En hoe je het best op dit gedrag kunt reageren. Hoe je op het gedrag van je kind reageert, bepaalt vaak of hij doorgaat met zijn gedrag of niet.
Wat kun je in het algemeen doen bij probleemgedrag?
- Kijk wat er gebeurt voordat je kind zich ongewenst gedraagt.
- Kijk wat hij precies doet.
- Hoe reageer jij hierop?
- Let op, hoe jouw kind omgaat met jouw reactie. Wordt zijn gedrag beter of slechter?
- Praat met de leerkracht van je kind over zijn gedrag. En over mogelijke oplossingen. Bespreek ook, of je kind zich thuis anders gedraagt dan op school.
- Denk erover na, of je kind deskundige hulp nodig heeft. Of bespreek dit met de leerkracht.
- Pak probleemgedrag zo vroeg mogelijk aan. Zo voorkom je, dat het erger wordt.