opvoeden & opgroeien
Peuter | Opvoeden

Opvoedtips peuters

Kinderen in de peuterleeftijd zetten grote stappen in hun ontwikkeling.

Peuters gaan beseffen dat ze een eigen persoon zijn. Ze gaan beter praten, denken en onthouden en hun geweten gaat zich ontwikkelen. Ze moeten hiervoor heel veel oefenen, veel dingen kunnen ze nog net niet. De dagen met je peuter kunnen daardoor druk zijn en conflicten en problemen opleveren waar je misschien wel wat tips bij kunt gebruiken. Steunen, stimuleren en sturen zijn de belangrijkste opvoedingsvaardigheden voor ouders van peuters.

Steun geven aan je peuter

Je kind heeft materiële dingen nodig zoals kleren, eten en zorg, maar ook steun in de vorm van warme aandacht en emotionele veiligheid! Je kunt peuters op verschillende manieren steunen: door veiligheid te bieden, door hun gevoelens te erkennen en benoemen en door goed naar hen te kijken en luisteren.

Stimuleren

Peuters willen graag dingen zelf doen; ze zijn druk bezig zelfstandiger te worden. Dat vraagt veel geduld en uithoudingsvermogen van jou als ouder. Door je kind te stimuleren kun je het hele gezin helpen om goed door deze ‘eigenwijze’ fase te komen. Stimuleren betekent je peuter prijzen, de ruimte geven om zelf dingen te proberen en de kans geven om iets van jou te leren.

Sturen

Peuters hebben sturing nodig; ze moeten leren omgaan met regels en grenzen. Hoe kun je een peuter die soms behoorlijk koppig kan zijn het best sturen? Dat kan door je peuter duidelijkheid te bieden, heldere regels te stellen en een positieve insteek te kiezen.

Nooit slaan!

Geef je kind nooit een klap als je boos bent. Het doet pijn en is schadelijk voor het lichaam, voor het gevoel van eigenwaarde en het zelfvertrouwen. Slaan is dan ook verboden. Een kind leert er niets van.

Beloningskaarten

Soms wil je je kind extra stimuleren om nieuw gedrag aan te leren of vervelend gedrag af te leren. Dan kun je tijdelijk gebruik maken van een beloningssysteem. Op deze site vind je gratis beloningskaarten. Hier staan ook andere handige materialen, zoals dagritmekaarten en aftelkalenders en je kunt lezen hoe je zo’n kaart kunt gebruiken.

We geven je alvast wat handige tips voor het gebruik van beloningskaarten.

  • Bepaal het gewenste gedrag. Benoem dat zo concreet mogelijk en positief: wat wil je wel?
  • Bepaal het beloningssysteem en de beloning. Ga je werken met stickers of rijg je bijvoorbeeld steeds een nieuwe kraal en maak je zo een armband? Wat wordt de beloning? Iets materieels, bijvoorbeeld een klein cadeautje? Of nog leuker, iets immaterieels, bijvoorbeeld samen een spelletje doen of langer opblijven?
  • Bepaal het criterium. Hoeveel stickers moet je kind geplakt hebben voordat het de beloning krijgt? Bij jonge kinderen moet dit niet te lang duren, een paar dagen is dan vaak lang genoeg.
  • Spreek af wie de kaart bijhoudt en waar hij komt te hangen. Vaak houdt de ouder de kaart bij, maar kinderen vinden het leuk om zelf te plakken. Hang de kaart op een zichtbare plek op.
  • Maak vooraf duidelijk wat je doet als je kind zich niet aan de afspraak houdt. Het liefste besteed je daar weinig aandacht aan: foutjes kunnen gebeuren, nu geen sticker, volgende keer beter.
  • Spreek af wanneer je begint en gebruik het beloningssysteem niet te lang. Een paar weken is vaak lang genoeg.
  • En bedenk tenslotte dat elke verdiende sticker er één is. Haal nooit een eerder verdiende sticker weg. Ook niet als je kind een keer iets doet dat absoluut niet mag. Stel dan op een andere manier een grens.

Uitgelicht